HomeLogopedieSpraakSpraak & mondfuncties: kinderenSchisis

Schisis

Wat is schisis?

Schisis is het Griekse woord voor breuk of spleet. In Nederland wordt met schisis over het algemeen bedoeld een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet bedoeld. Schisis is een aangeboren afwijking. In Nederland worden ongeveer één à twee op de 1000 baby’s geboren met een schisis. De ontwikkeling van het gezicht en het gehemelte vindt in een vroeg stadium in de zwangerschap plaats. Als deze ontwikkeling verstoord wordt, kan een schisis ontstaan. Erfelijkheid speelt bij het ontstaan van een schisis, in meerdere of mindere mate, een rol. Ook factoren van buitenaf kunnen van invloed zijn.

Er zijn verschillende vormen van schisis:
een spleet in de lip (cheilo-schisis)
een spleet in de lip en de kaak (cheilo-gnatho-schisis)
een spleet in de lip, de kaak en het gehemelte (cheilo-gnatho-palato-schisis)
een spleet in het gehemelte (palato-schisis)

De variatie in verschijningsvorm is groot. Meestal ligt de spleet in de lip niet in het midden, maar net daarnaast, vanaf het midden van het neusgat naar de lip. Een spleet kan links of rechts liggen, maar kan ook links èn rechts voorkomen. Een spleet kan compleet of incompleet zijn.  Een lipspleet kan variëren van een klein deukje in het lippenrood (incomplete spleet) tot een dubbelzijdige spleet die doorloopt tot in de neusbodem (complete spleet). Een gehemeltespleet kan variëren van een spleetje in de huig tot het vrijwel geheel ontbreken van het gehemelte. Een kaakspleet kan variëren van een deukje in de kaak tot een dubbelzijdige volledige spleet. Behalve voor het uiterlijk kan schisis ook gevolgen hebben voor de voeding, het gehoor, de spraak, de neus en het gebit. De gevolgen worden bepaald door de vorm van schisis die een kind heeft. De gevolgen van een lip- en/of kaakspleet zijn beperkt. Een spleet in het gehemelte kan echter vanaf de geboorte gevolgen hebben voor voeding, spraak en gehoor.  

Wat doet de logopedist?

Als er spraakproblemen zijn, kan een kind vanaf de leeftijd van drie tot zes jaar logopedisch behandeld worden. Op die leeftijd is het duidelijk of het kind de neiging heeft moeilijke medeklinkers te vervangen (compenseren) of te spreken met nasale bijgeluiden. Wanneer het zachte gehemelte niet lang genoeg is, kan een spraakverbeterende operatie plaatsvinden. Afhankelijk van de aard van de problemen kan de behandeling bestaan uit een taalbehandeling, een articulatiebehandeling, een mondmotoriekbehandeling of een combinatie hiervan.

Bron: Logopediepraktijk Totaal (2013)

Direct aanmelden